Automatisch printen instellen
Installeer QZ Tray en kies de printers voor verzendlabels en documenten op je inpakcomputer.
Wil je verzendlabels direct uit de printer laten komen tijdens het inpakken? Installeer QZ Tray op de inpakcomputer en kies in PackCloud welke printer je voor labels en documenten gebruikt. Je hoeft de bestanden dan niet eerst te downloaden of te openen.
Voor je begint
- Sluit de printers aan en installeer ze op de inpakcomputer. Controleer met een testpagina vanuit de computer of ze werken.
- Leg labels van 10 × 15 cm in de labelprinter en A4-papier in de documentprinter. Stel het bijbehorende papierformaat ook in bij de printervoorkeuren op de computer.
- Laat een magazijnbeheerder met Volledige toegang de printerkeuzes in PackCloud instellen.
Voer de stappen uit in de browser en op de computer waarmee je gaat inpakken.
1. QZ Tray downloaden en starten
- Open de downloadpagina van QZ Tray.
- Download de versie voor het besturingssysteem van je inpakcomputer, bijvoorbeeld Windows of macOS.
- Open het installatiebestand en volg de installatiestappen.
- Start QZ Tray en laat het programma actief tijdens het printen.
2. Verbinding maken
- Open Magazijn > Instellingen > Algemeen > Werkstation.
- Kies Opnieuw verbinden als er nog geen verbinding is. Verschijnt een browsermelding om QZ Tray te openen? Bevestig die.
- Controleer of de melding Direct afdrukken is gereed verschijnt.
De beschikbare printers verschijnen nu onder Printers.
3. Printers kiezen
Kies bij iedere printerrol de printer die je daarvoor gebruikt:
| Printerrol | Kies hiervoor |
|---|---|
| Verzendlabel printer (A6) | De labelprinter met labels van 10 × 15 cm. Deze print ook ladingdragerlabels. |
| Document printer (A4) | De printer voor A4-documenten. |
| Douane document printer (A4) | De printer voor douanedocumenten. Dit mag dezelfde A4-printer zijn. Douanedocumenten worden bij direct afdrukken in drievoud geprint. |
Je keuzes worden automatisch opgeslagen in het huidige browserprofiel. Herhaal deze instellingen op iedere inpakcomputer en bij gebruik van een ander browserprofiel. Controleer de printerkeuzes opnieuw als je de computer naar een andere inpakplek verplaatst.
Wil je ook een werkstation aan deze computer koppelen? Volg Werkstations instellen.
4. De afdruk controleren
Open een bestaande zending met een verzendlabel en kies Opnieuw printen. Controleer of het label uit de gekozen labelprinter komt en volledig op het label past.
Tijdens het inpakken worden nieuw aangemaakte verzendlabels automatisch naar de ingestelde printer gestuurd. Houd QZ Tray actief. Lees Een verzendlabel maken voor de stappen bij een levering.
Als printen niet lukt
| Wat zie je? | Wat kun je doen? |
|---|---|
| Direct afdrukken is niet beschikbaar. | Start QZ Tray en kies Opnieuw verbinden op Werkstation instellingen. |
| De printer ontbreekt in de lijst. | Controleer of de printer op deze computer is geïnstalleerd. Herstart daarna QZ Tray en vernieuw de instellingenpagina. |
| Het label komt uit de verkeerde printer. | Controleer de keuze bij Verzendlabel printer (A6) in het browserprofiel waarmee je werkt. |
| Het label is afgesneden of heeft het verkeerde formaat. | Controleer het geplaatste labelmateriaal en het papierformaat in de printervoorkeuren op de computer. |
| Er komt niets uit de printer. | Controleer papier, verbinding en de afdrukwachtrij op de computer. Probeer daar een testpagina te printen. |
Gebruik Downloaden om een beschikbaar bestand handmatig af te drukken zolang direct printen niet werkt.